Bodemvast berekent per adres een indicatie van het funderingsrisico. Op deze pagina leggen we volledig open welke data we gebruiken, hoe de berekening werkt en waar de grenzen liggen. Transparantie is bij een onderwerp als dit geen luxe maar een voorwaarde.
Welke gegevens gebruiken we
- Bouwjaar en pandgegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG, Kadaster). Het bouwjaar is de belangrijkste aanwijzing voor het funderingstype: woningen van voor circa 1970 op slappe grond staan vaak op houten palen, daarna werden betonpalen de norm.
- Bodemtype uit de BRO Bodemkaart: veen, klei of zand. Veen en klei zijn zettingsgevoelig; op zand spelen andere, doorgaans kleinere risico’s.
- Grondwaterstanden uit het BRO Grondwaterspiegeldieptemodel. Staat het grondwater structureel laag, dan kunnen houten paalkoppen droog komen te staan en gaan rotten.
- Gemeten bodemdaling uit satellietmetingen (InSAR) via de Klimaateffectatlas.
- Risicokaarten paalrot en verschilzetting van Deltares via de Klimaateffectatlas: per buurt het aandeel panden met een verhoogd risico, volgens het landelijke rekenmodel.
- Indicatieve aandachtsgebieden funderingsproblematiek van het KCAF: gebieden met veel bebouwing van voor 1970 op kwetsbare bodem.
Al deze bronnen zijn openbare overheidsdata. Bronvermelding: Kadaster (BAG), TNO Geologische Dienst Nederland (BRO), Klimaateffectatlas 2026 (risicokaarten ontwikkeld door Deltares, CC BY 4.0), KCAF.
Hoe de indicatie tot stand komt
De berekening volgt de logica van gepubliceerd onderzoek naar funderingsrisico, waaronder de Deltares-studie naar de impact van droogte op funderingen. Kort samengevat: we bepalen op basis van bouwjaar en bodemtype het meest waarschijnlijke funderingstype. Voor panden die vermoedelijk op houten palen staan wegen we de grondwaterstand, de gemeten bodemdaling en de risicoklasse van de buurt. Voor panden die vermoedelijk op staal (ondiep) gefundeerd zijn kijken we vooral naar zettingssnelheid en bodemtype. Dat leidt tot een indicatie in vier klassen:
- Laag: geen aanwijzingen voor verhoogd funderingsrisico op deze locatie.
- Gemiddeld: kwetsbare kenmerken aanwezig, geen actueel verhoogd gebiedsrisico.
- Verhoogd: meerdere risicofactoren vallen samen; nader onderzoek is verstandig bij aankoop of verbouwing.
- Hoog: sterke stapeling van risicofactoren; funderingsonderzoek is aan te raden.
Bij elke indicatie tonen we een betrouwbaarheidsniveau (goed, redelijk of beperkt). Dat niveau zakt als een van de kaartlagen jouw adres niet goed dekt, wat in bebouwd gebied regelmatig voorkomt: de bodemkaart en het grondwatermodel zijn daar niet overal ingevuld. In dat geval gebruiken we het dichtstbijzijnde gekarteerde punt en zeggen we dat er eerlijk bij.
Wat de indicatie niet is
De Bodemvast-indicatie is een gebiedsgerichte inschatting, geen inspectie. We weten niet in welke staat jouw fundering werkelijk verkeert, of er ooit herstel heeft plaatsgevonden, en of jouw pand afwijkt van zijn omgeving. De indicatie is daarom uitdrukkelijk geen funderingslabel (dat wordt uitsluitend vastgesteld door een NRVT-erkend taxateur binnen een gevalideerd taxatierapport), geen taxatie-informatie en geen funderingsonderzoek. Gebruik de indicatie niet als basis voor een aankoop-, verkoop- of hypotheekbeslissing; laat in die situaties altijd onderzoek ter plaatse doen.
Klopt er iets niet?
Is jouw fundering aantoonbaar hersteld, of weet je zeker dat de indicatie voor jouw adres niet klopt? Meld het via deze pagina. We reageren binnen vijf werkdagen.